Hoofdtekst
De bende van Bakelandt zat in den Houthulstbus. Babbe Sparre weunde up den Ermijtshoek in Ichtegem. Ze makte zij teten en dei olles. De die makten d’er vele ol de kant zein ze. ’t Woren d’er olleszins e stik of twintig. Wor dat ze gingen, ze mosten ol èn dat ze vroegen. T’èn d’er gepakt geweest en onthoofd geweest. ’t Woren dor ook liejges van. De Bakelandtschge bende wos verre bekend. Z’an ook e schuulplekke in de busschgen van Kokelare, zein ze.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt vertoefde in het bos van Houthulst maar had ook een schuilplaats in de bossen van Koekelare. Een vrouw die op de Ermietshoek in Ichtegem woonde, maakte eten voor hem. De bende van Bakelandt bestond uit zo'n twintig rovers die veel moorden zouden hebben gepleegd. Sommige bendeleden werden gevangen genomen en onthoofd.
De mensen maakten liedjes over de bende van Bakelandt.
De mensen maakten liedjes over de bende van Bakelandt.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
149B
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Babbe Sparre
Barbara Sparre
Barbara Sparre
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Koekelare   
Houthulst   
Ermietshoek (Ichtegem)   
