Hoofdtekst
1 C: En de stalkaarsen dat maakten wij, dat was dus een biet die we uitholden he en twee gaatjes erin he en de neus een driehoekje en een mond en we hebben daar nog dingen in gestoken ook, ge kon een vierde van een appelsien zo en daar een groefje in gesneden, en er allemaal tandjes van gesneden he en dat erin gestoken alles en dan wierd er daar een kaars in gezet.De kop eraf en als dat klaar was, wierd dat daar weer op gezet he en der waren er die het zelf gemaakt hadden en die er schrik van hadden hé en als ’t in een barm stond hé dat wierd gewoonlijk gedaan in een diepe straat waar dat er barmen waren hé dat kon ge daar schoon wegsteken hé enne.I: Ik heb gehoord van mijn vader die vertelde mij de trein, normaal ze konden langs de weg dus langs de trein naar huis gaan, maar veel mensen die namen de Wassenhovestraat, ik weet niet of u die kent, daar aan het Hof te Wassenhove, dicht bij ’t duivelsvoetstap, en ze namen die straat uit schrik omdat er langs de spoorweg zo’n dingen stonden en degenen die schrik hadden dus altijd langs de parellelle straat.
Beschrijving
Stalkaarsen waren uitgeholde bieten waarin men een kaarsje zette. Die bieten waren soms zo angstaanjagend dat de kinderen die ze hadden gemaakt, zelf bang waren.
Enkele mensen die terugkwamen van het station, gingen langs de Wassenhovenstraat omdat ze bang waren dat men op de andere weg stalkaarsen had gezet.
Enkele mensen die terugkwamen van het station, gingen langs de Wassenhovenstraat omdat ze bang waren dat men op de andere weg stalkaarsen had gezet.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
1C'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Maria-Oudenhove   
Plaats van Handelen
Wassenhovenstraat   
