Hoofdtekst
Dat waren twee hon(den), ene kleine en ene grote hond. En doa kwam ene man op van Vechmaal noa Lauw te voet. En die twee hon(den) liepen voor de man. Hij kon ze nie wegkrijgen. Toen kwamter doa aan e veld met pelottten (= patatten?) op staan, hij nam doa ene pelot en toen had er iet voor hem te weren tegen dien hond. As het de grote nie was, dan was het de kleine wa hem lastig viel. Dat he(ef)t zo oeren en oere gedoerd (= uren en uren geduurd), ze sprongen alted voor hem in. Dat was 's nach(t)s mè die man he(ef)t afgezien.
Onderwerp
SINSAG 0256 - Plagegeist (in Tiergestalt) erschreckt späten Wanderer (und begleitet ihn).
  
Beschrijving
Een man die 's nachts te voet van Vechmaal naar Lauw ging, werd geplaagd door twee honden. Bij een aardappelveld, raapte de man een grote aardappel op om zich tegen de honden te verdedigen. De dieren lieten de man echter niet met rust.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
338
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Vechmaal   
Lauw   
