Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0130_0130_33173

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Celestien van den dikken hé was overgoten van den brand, zo zes-zeven maand hé; en er vraagt een vrouw aan Lina: “Lina, hoe is ’t mee uw kind?” “Hoe zou’t ermee zijn, gij en kunt ’t niet kennen van den brand”, zei ze, “’t is al den derden keer.” En ze ging naar dat kind zien hé, “ik ging naar Affligem in uw plaats”, zei ze. En ze gingen ermee bij de paters van Affligem, en de paters overleesdegen haar en de negesten dag en koste geen naald zetten hé dat er genen brand en was! Maar den tienden dag en zagde niemendale nimmer, hé. En dat is echt zelle!

Beschrijving

Een moeder wiens kind al voor de derde keer aan huiduitslag leed, ging naar de paters van Affligem. De paters overlazen het kind. Negen dagen later was de onsteking nog erger geworden, maar op de tiende dag was het kind genezen.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

oost-vlaams (denderstreek)
325
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Affligem    paters van Affligem   

Affligem (paters van)    Affligem (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Appelterre-Eichem    Appelterre-Eichem   

Plaats van Handelen

Affligem    Affligem