Hoofdtekst
Jo want dwaaslichte ware er veul, da weet ik want da kwam op u aan en er ware er die do hun sigaret koste aan aansteke. Da was een lichske he lak van een klein kaarske. En dan zegde ze dat da veurtskwam van een made die uit de grond kwam. Want vroeger was er ne vuurkuil tussen Schoot en Engsbergs en daaruit kwame die lichskes.
Beschrijving
Sommige mensen konden hun sigaret aan een dwaaslichtje aansteken. Dwaallichtjes zagen eruit als een vlammetje van een kleine kaars. De mensen beweerden dat dwaallichtjes maden waren, die uit de grond kwamen. Vroeger was er tussen Schoot en Engsbergen een vuurkuil waaruit dwaallichtjes kwamen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
53
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Groot-Vorst   
Plaats van Handelen
Schoot   
Tessenderlo   
