Hoofdtekst
Modest Van Uxem zat uren in de staminé en vertelde van Pietje Overschelde die weunde aan de Zarre in ’t Diksmuidse. Hij had vier partijen gekaart met Pietje Overschelde en als het een keer rond den elven was, hij begoste te regleren om naar huis te gaan en als hij een uur en half te voet gegaan had en daar weer binnenging in een herberge, den eersten die hij daar zag was Pietje Overschelde die daar zat en kaarten. "Pietje”, zegt hij, "zit je gij nu hier ook”? "Ja’k”, zei Piejte, "’k zit ik hier, ’t is al mijn vierde partij dat ik kaarten, kijk, de bomen staan daar nog op de tafel”. "Hoe kan dat zijn”? zei Modest, "hoe kan dat zijn”? "Maar ik heb dikkens (dikwijls) horen vertellen”, zei Modest, "als hij wrats (onverwachts) weg was dat hij in de blaaspupe zat die bij de stove stond!”
Onderwerp
SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   
Beschrijving
Een man zat in het café te kaarten met een vreemde kerel. Omstreeks elf uur vertrok de man naar huis. Toen hij na anderhalf uur stappen weer in een andere herberg binnenging, zat die vreemde kerel daar merkwaardig genoeg ook te kaarten. Hij beweerde dat het al zijn vierde kaartspel was. Die tovenaar kon zich bijvoorbeeld ook onzichtbaar maken. Hij zat dan in de blaasbalg die bij de oven stond.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Boezinge   
