Hoofdtekst
II -Wat maakten ze de mensen allemaal wijs vroeger voor ze schou (bang) te maken? Weet ge zo nog?33 G -Om ze schou te maken? Ah, een laken of ‘t een of ‘t ander over hunne kop. Ik heb daar een keer gehoord van Jef Porle. ‘t Kwamen konijnen op ‘t kerkhof en de Roste, was met Jef voor daar naar ‘t kerkhof te gaan voor die konijnen hé ‘t ôt (had) hem daar gereed een weggestoken in ‘t wit hé, hij (Jef) sprong haast hun deur af! 33 -Lijk of hij vluchtte voor thuis te zijn. Godverdomme! II -Ah ze gingen die konjnen gaan schieten of gaan stropen die op ‘t kerkhof zaten.Do -Gingen ze die konijnen schieten?34 -Gingen ze die konijnen pakken of schieten?II -Voor op te eten toch?33 -Voor te eten hé. Of ze hun geschut bij hen hadden weet ik niet, maar Isidoor was een schoue (erge) hé, hij ôt (had) Jef daar wat wijsgemaakt. Hij was rap thuis ze (hoor).II -Hij sprong de deur af.
Beschrijving
Twee mannen die op het kerkhof konijnen hadden zien lopen, gingen ’s avonds naar daar om de dieren te vangen. Een grapjas had zich daar echter met een wit laken verborgen, waardoor de twee doodsbang wegliepen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
33G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Grotenberge   
