Hoofdtekst
31.B Maar Direkkes Teer (bijnaam), hé, dat was er ene van Dessel.30 Dat was er ene van Retie.31.B Oh ja, ene van Retie. En die gingen naar Postelkermis, maar dat is al ... Ja, hij heeft bij Nijs (Adriaan Wijnen, zijn schoonvader) nog geslapen.30 Ons Maria en ons Christiane (hun twee dochters) ... hun bed heeft nog op de plaats gestaan, waar Direkkes Teer altijd sliep als ze naar Postal gingen. Vroeger gingen ze naar Postel mastebollen plukken bij Kozakke (bijnaam), zeiden ze, hé. Dat was daar ergens voorbij Postel, zeker. Dan sliep die daar. Wat stro uiteen ...31.B Dat is al honderd jaar geleden. 30 Meer.31.B Nee, want vader Wijnen was toch al getrouwd, hé.30 Nee, want dat was een gangsmaat van de moeder van vader Wijnen. Nu zitten we bijna in zeventienhonderd, zalle. Die was van achttienhonderd zeventien.31.B En die kon op Postelkermis betalen met peeschijven. Hij had peeschijven in zijn buil en daar betaalde hij meer op Postelkermis. En zo gauw ze in de schuif waren dan was het nog geld, hé. Maar zo gauw, als het het geld van een ander was, als hij daar weg was, dan waren het allemaal peeschijven. X Eerst was het geld en toen waren het peeschijven ? 31.B Ja. Hij betaalde met peeschijven en het was geld.
Beschrijving
In Retie woonde een man die op de kermis in Postel betaalde met geldstukken die even later in wortelschijven veranderden.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (arendonk)
31B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Retie   
Postel   
