Hoofdtekst
De Djippenassen redden een pastoor.Moar gelijk ‘k ou a gezeed hem, de Djippenassen hemmen uëk veel goe gedoan oan de minsen. Zuë heb ‘k ne kiër huëren vertellen da in den tijd van de Franse Revolutie op Moes ne pastuër was die hem op ’t Toreken weggestoken hou veur de Fransen. Moar die mins zaat lost (= langs) alle kanten in ’t gat en kost nemiër uit zijn koamerken kommen. En dan heet die mins gelezen en gesmiëkt tot ons Hier, en in iëne kiër huërt tje de Djippenassen zingen en gelijk as die beginnen te zingen krijgt tje een gedacht.’s Anderendoags vroogt tje oan nen boer nen gruëten bussel wijmen. De pastuër kroop erin en zuë droog dien boer hem buiten. Zuë hemmen de Djippenassen die pastuër helpen ontsnappen.
Beschrijving
Tijdens de Franse Revolutie had een pastoor zich op ’t Toreken verborgen voor de Fransen. Omdat de pastoor niet meer uit zijn kamertje kon komen, bad hij tot Onze-Lieve-Heer. Opeens begonnen de Djippenassen te zingen, waardoor de pastoor het lumineuze idee kreeg om zich in een bussel wilgentakken te verbergen en zich zo door een boer naar buiten te laten dragen. Zo hebben de Djippenassen die pastoor helpen ontsnappen.
Bron
R. Callaert, Leuven, 1969
Commentaar
1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
10
Franse Revolutie
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Franse Republiek   
Naam Locatie in Tekst
Moerzeke   
Plaats van Handelen
Toreken ('t)   
't Toreken   
