Hoofdtekst
Nem boer huurde iet in zijne stal. Hê dacht datter e pjaad losgebroke wor mor da wor 't geval ni. Plots sloeg de poort van de hoeve tou. Ze goenke zien en doe stonden verbrandde hoefijzers inne deur.
Beschrijving
Een boer die iets in zijn stal had gehoord, geloofde dat er een paard was losgebroken. Plots sloeg de poort van de hoeve dicht. In het hout stonden hoefijzers gebrand.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (herk-de-stad)
77
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kermt   
