Hoofdtekst
Een overtante (groottante) van ons die woonde hier, aan de poort in. Ze had lang gekald (gepraat) bij ene boer van haar en do hadden ze sjroetsen (kalkoenen). Dow gong ze 't huis uit en ze zag do een sjroets zitten. Wei (toen) ze ze wol gaan pakken voor ze in te dragen werd dat ding altijd maar groter en groter en veranderde in een geit en 't begos te kèken (schreeuwen) niè, niè. Mijn tant had ze moeten loslaten en gong binnes in en wei ze uitkoem woer 't (de geit) wier een sjroets.
Onderwerp
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
Een vrouw was op bezoek geweest bij een boer die kalkoenen had. Toen de vrouw het huis verliet, zag ze een kalkoen op de grond zitten. Daarop nam de vrouw het dier in de handen om het weer naar binnen te dragen. De kalkoen begon echter te schreeuwen en veranderde in een geit, zodat de vrouw het dier weer moest neerzetten. Even later was de geit terug in een kalkoen veranderd.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
142
Groottante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gellik   
