Hoofdtekst
Beschrijving
Tijdens de winter van 1909 spookte het op de zolder van een huis. Men hoorde vreemde geluiden en er werden potten en pannen naar beneden gegooid. De zoon werd op school uitgestoten omdat de andere kinderen bang waren dat ze betoverd zouden raken. De vader mocht zijn melk niet meer naar de melkerij brengen, omdat men daar geen boter meer kon maken en men de oorzaak zocht bij de melk uit het bespookte huis. Daarop besloten de vader en de moeder de bazin van de melkerij na de middag uit te nodigen om eens een kijkje te nemen in hun huis. De vader en de moeder gingen met de vrouw naar de stal. Ondertussen kroop in het huis een kind op de stoel en begon te rammelen met een telefoondraad en rond te zwieren met een sikkel. De moeder ging met de vrouw terug naar binnen en sprak tot haar dochter: "S., doe het nog eens!" Daarna was de vrouw overtuigd dat er niets ernstigs aan de hand was en stond toe dat de man zijn melk weer naar de melkerij bracht. Een tijdje later kwam één van de zonen thuis met de woorden: "Vanavond komt de burgemeester met de gemeenteraadsleden naar hier om te kijken wat wij aan het gespook gaan doen". Omdat de moeder en de vader vonden dat ze de gemeenteraad niet voor de gek konden houden, schreef de vader een briefje waarin hij uitlegde dat er 's avonds niemand hoefde te komen. Het waren immers hun kinderen die zich amuseerden met het opvoeren van spookvertoningen.
Bron
M. De Groot, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (grens met brabant)
309
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Denderwindeke   
