Hoofdtekst
Beschrijving
Een koewachter die op een boerderij in Rummen werkte, moest op een avond iets gaan halen in het dorp. Eén van de andere knechten had een deken over zich gehangen en ging in die gedaante langs de weg staan. Toen de koewachter terugkwam, vroeg men hem: “Heb je onderweg niets gezien?”, waarop de jongen antwoordde: "Jawel, maar ik heb het met de mesthaak omvergeslagen”. De koewachter had de knecht die zich als weerwolf had verkleed, doodgeslagen.
Bron
D. Herbots, Leuven, 1974
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (oosten)
6H
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rummen   
Plaats van Handelen
Rummen   
