Hoofdtekst
Mien voader kwam ne keer roend middernacht noa hus. Er kwam dao een witte gedoante af noa hem. ’t Was een vromins en ze had een witte puppemutse an. ’t Was moanekloar en ze gaf geen skouwe (schaduw) of. Ze voarde over de groend en mien voader zag geen voeten.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die omstreeks middernacht naar huis wandelde, zag in de maneschijn een witte gedaante op zich afkomen. Het was een vrouw met een witte muts op haar hoofd. Zonder voeten zweefde de vrouw over de grond. Vreemd genoeg had de verschijning geen schaduw.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
55
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wielsbeke   
