Hoofdtekst
dô was ne weerwolf dee elke nacht in de bosse liep; ne man hat hem gezien, ziet hem; en hem hâ zwette oege en groeute klouwe.
Beschrijving
In de bossen liep elke nacht een weerwolf rond, die grote zwarte ogen en grote klauwen had.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (sint-truiden)
624
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kozen   
