Hoofdtekst
Mijn zuster was getrouwd en haren vent moste vroeg naar den trein. De beesten hadden eten gehad. Ze zegt: "’k Gaan were kruipen", maar als z’in huis komt stond er daar een wijvetje van Aartrijke. ’t Zegt: "Gij hebt een beeldig kind". Ze pakte d’hand van dat kind, en ’t begoste te schremen en op te teren. ’s Nachts nadien komt mijn zuster door de stukken naar mijn vader en moeder. Ze was over een wateringe gezet zonder dat ze ’t wiste, van anders koste ze daar niet geraken. Ze gaan naar den onderpaster en ze lezen tegare. Maar een beetje later sneed ze haar tewege de kele over. Ze was betoverd. Den onderpaster dei de Witte Heren komen en ze moesten overal paasnagels onder de deure steken. "We gaan ’t voorzeker niet kunnen overmeesteren, ze gaat doodgaan".’t Was alzo ook. Achter een beetje is ze gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boerin die haar man vroeg in de ochtend naar het station had gebracht, trof bij haar terugkomst een vrouw uit Aartrijke aan in haar huis. De vrouw sprak tot de boerin: "Jij hebt een beeldig kind!" Omdat de vrouw het handje van het kindje had vastgenomen, begon het kind luid te huilen. Die nacht ging de boerin naar haar ouders omdat ze ten einde raad was. De onderpastoor kwam het kind overlezen. Een tijdje later sneed de boerin zichzelf de keel over en stierf. Ze was betoverd.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (houtland)
368
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
Plaats van Handelen
Aartrijke   
