Hoofdtekst
Ik reis naar Luik en daar zat zjus ene jong voor me die had ene dikke boek. Ik zeg: "Wa boek is da, mene jong?" "Oh, daar staot van alles in" zaet hem. Ik zeg: "Jao, ik hem het gezien wat daarin staat. Weette wat da ge doet? Trek het venster open en smijt hem zo ver weg da ge kunt. Door de lange duur - ik weet niet wa da ge zijt - zijn die dinge overwonne en dan moet ge mirakele doen". "Is da woar?" zaet hem. "Ja zeker. En dat is niks anders dan vloeken en de paoters van links, van rechts en altijd maar vloeke. Wo hedde ge dat gekoch?" "In Brussel" zèt hem. "Wat kos die?" "Drei frang." Dat was vroeger veul. Ik zeg: "Smijt die drei frang zo wijd as het vliege wil door de venster". Hij hèt het gedaan ook. Ik zeg: "Nu zijtde goed af."
Beschrijving
Een man die naar Luik reisde, kwam onderweg een jongen tegen die een toverboek bezat. "Gooi dat boek maar door het raam zo ver als je kan, want dat is gevaarlijk", zei de man. Daarop gooide de jongen het boek weg. De jongen had het boek voor drie frank in Brussel gekocht.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (maasvallei)
448
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Maaseik   
Plaats van Handelen
Brussel   
Luik   
