Hoofdtekst
Beschrijving
Op de Achterheide woonde een boer, wiens zonen vreemde lessen volgden bij een bevriende boer die over bijzondere krachten beschikte. De zonen kregen boeken mee naar huis, waardoor het erf altijd gevuld was met kraaien. In de dreef die naar de hoeve leidde, sloegen de takken van de bomen heen en weer alsof er storm was. Uiteindelijk werden de zonen van de boer bang. Ze gooiden vijfentwintig kilo spurriezaad op het erf. De kraaien pikten het zaad op en verdwenen voorgoed. De boer moest de tekst in het toverboek achterstevoren opnieuw lezen. Hij moest het boek op een ijzerwerk boven het vuur leggen. Het boek verbrandde niet en de bladeren werden vanzelf omgedraaid.
Bron
W. Van Hoof, Leuven, 1963
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (heist-op-den-berg en omgeving)
366
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Itegem   
Plaats van Handelen
Achterheide   
