Hoofdtekst
E woaterduvel da’s e groaten hoend met e keten an ze nekke. Da zaat oender de dukers (waterkoker onder dijk) in ’t woater en da liep mee met de menschen.
Beschrijving
De waterduivel was een grote hond met een ketting rond zijn nek. Die hond zat in de rioolgaten bij het water en begeleidde voorbijgangers.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (nw van houtland)
34.6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
