Hoofdtekst
Reus in boom op de vaart.Da waren twee noenkels van mij en da waren boeren in Bracht (Brecht), mor da waren nog heel joenge mannekes toen zenne, zoe tegen e jaar of twintig. En die aaien een koei wisten leveren nor Scholen of die kanten, ik weet het zoe juist niet meer. En a ze vroem nor huis gingen liepen ze verloren in een afgespannen goed, 't Goed van Mees. En die mutten dan zoe terug nor Bracht en over den dijk en oep de Mestpacht zien ze daar, ja den ene die zei da 't nen brouwerswagen was en den anderen die zei da 't de voerman van de Mestpacht was en ze deien een wedding (weddingschap) en ze lopen d'r henne. En gelak a ze beginnen te lopen, zien z'in de vaart ne groten boom mee zijn takken toet oep 't water en daar ne vent in zoe groot als een koei. En zeulle lopen 't bos in oep 't gericht af nor huis en iederen boom dien a ze passeerden die krakten achter hun hielen oemvaar. En 's anderendaags zijn ze nor 't bos wisten zien en d'r was niks aan te zien aan da bos.
Beschrijving
In Brecht woonden twee boeren van ongeveer twintig jaar oud. Toen de boeren terugkwamen van Schoten waar ze een koe waren gaan leveren, raakten ze verdwaald. Pots zagen de twee op de Mestpacht iets dat leek op een brouwerswagen of op de voerman van de Mestpacht. De boeren liepen erheen, maar zagen dan in de vaart een grote boom waarvan de takken tot in het water hingen. In de boom was een man te zien, die zo groot was als een koe. De twee boeren liepen in het bos. Iedere boom die ze voorbijliepen, kraakte achter hun rug. Toen de twee de volgende dag opnieuw naar het bos gingen, was daar niets vreemds meer te bespeuren.
Bron
H. Hendrickx, Leuven, 1962
Commentaar
1.2 Aardgeesten
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
8
Jeugd van de oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Job   
Plaats van Handelen
Mestpacht (tussen Brecht en Schoten)   
Schoten   
Brecht   
