Hoofdtekst
Mijn nonkel bleef eens slapen op een boerderij en er was daar een keldergat in. En in die tijd bakten ze brood voor de hele week. En dat brood rolde en het legde zich op de grond, zo het één na het ander. Misschien stond dat brood nu niet mooi effen, ze vonden toen alles toverij.
Beschrijving
Een man logeerde op een boerderij waar hij iets vreemds meemaakte. In de kelder zag de man namelijk dat de broden die men voor de hele week had gebakken, vanzelf begonnen te rollen en op de grond gingen liggen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
72G
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Edelare   

