Hoofdtekst
De priesters hadden ook de macht om den brand te blussen. ’t Wos daar en onderpaster in Zunnebeke, Joestens gelove ik, den dien hèd dikwijls naar Beselare gekomen, en hij deed ton de wind keren, van oe ’t brandde.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Beselare kwam een onderpastoor uit een ander dorp de wind doen draaien wanneer er ergens brand was.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
320
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
