Hoofdtekst
11 … (= onverstaanbaar) ’s Nachts om half één, hoe heetten ze dat ook weer?12 Het spookuur?I Geesten, zoiets?12 Heeft het iets met het … tijdperk te maken? Spookuur zal ik zeggen maar …I Een andere naam.11 … [schudt nadenkend van nee]12 Om twaalf uur was het spookuur, zogezegd.11 Ze spookten voor de ‘läöi’ te ‘bezèèke’ ook.12 ‘Króóte’ (= bieten) uithollen.11 Een ‘króót’ heel uithollen, dan zetten ze een kaars erbinnen en dan zetten ze die in een haag of ergens op een paal [lachend]. Vroeger hadden de ‘läöi’ niks: d’r was geen televisie, geen radio en dan gingen ze van alle ‘farcen’ (= streken) uitsteken. Een koordje (met een steentje aan) aan de venster hangen ’s nachts dat tegen de venster klikte en dan gingen ze (= de mensen) uit (om te kijken wat er was). I En dan waren dat zogezegd spoken?Dat zullen ze ook wel gezegd hebben dat dat spoken zijn, ja [lacht].
Beschrijving
Half één 's nachts was het spookuur. Vaak zette men uitgeholde bieten met een kaars in een haag of op een paal om de mensen bang te maken.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
11N 259
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bolder   
