Hoofdtekst
Hier in 't dörep was ene man wa met ter duvel omging. 'Morauke' heette hij. hij zei 'de nach(t) kom ich aan oech (= U) stoten dat zje het nie weet!' of 'ich kom aan oer (= uw) oor trekken!' en dan deed er het ook. Hij kon aan oech komen as alles gesloten was, alles moogde (= mocht) vas(t) toe zijn. Weiter (= toen hij) stierf moes(t) zij(n) boer het hem afnemen. Die is toen noa de paters gegaan en die hebben het hem afgenomen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Piringen woonde een man die omging met de duivel. De tovenaar kwam soms 's nachts aan iemands oren trekken hoewel alle deuren vergrendeld waren. Toen de tovenaar stierf, moest hij zijn kunsten doorgeven aan zijn broer. Die broer is naar de paters geweest om zich te laten bevrijden van zijn toverkracht.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
880
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Piringen   
Plaats van Handelen
Piringen   
