Hoofdtekst
Dat was een ridder die met zijn peerd op weg was van Brugge naar Hazebrouck. Overtijd ’t was al bus (bos) van Brugge tot Torhout en Langemark en van daar dat ging tot aan Hazebrouck. En snavonds hij wiste zijn weg niet meer en hij bong (bond) zijn peerd aan een eeke (eik) en hij legt hem daar te slapen en ’s nachts hij hoorde etwod slaan - en dat was de kerke van Krombeke - en hij zette alzo een stokje in de grond lijk vanwaar dat ‘n ’t hoorde kloppen. En ’s anderendaags ’s nuchtends hij sprong op zijn peerd en hij kwam uit in Krombeke en hij heeft daar een gifte gedaan aan de kerke om alle dagen 72 keren te kloppen voor diegenen die misschien ook verdwaald waren, dat ze nulder weg gingen werevinden. En hij gaf 72 gemete land aan de kerke.
Beschrijving
Een ridder reed 's avonds met zijn paard van Brugge naar Hazebroek. Omdat de ridder verdwaald raakte, bond hij zijn paard aan een eikenboom en probeerde wat te slapen. 's Nachts werd de ridder wakker door het geluid van de kerkklokken van Krombeke. Daardoor slaagde de ridder erin de volgende dag de weg terug te vinden. Toen de ridder de volgende dag in Krombeke kwam, gaf hij tweeënzeventig 'gemete' (?) grond aan de kerk en voerde hij het gebruik in om de kerkklokken dagelijks tweeënzeventig keer te luiden opdat alle verdwaalden de weg zouden kunnen terugvinden.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (franse grens)
540
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stavele   
Plaats van Handelen
Brugge   
Hazebroek   
