Hoofdtekst
Op Winterslag daar woonde een Hollander en die had een knecht. En die kon honderd karren mest varen (= rijden). En die had een boekske en een bandje want ik dacht daareven als ik u (sagenverzamelaar) zag binnenkomen: 'Nondedjie, die met zijn boekske en bandje is daar (we hadden een dikke pelsen jas aan en een notaboekje bij). Die kon honderd karren mest varen en hij gooide een hoop uiteen en dan keek hij in zijn boekske. En hup, hup, en het hele mest was gebroken. En in de opgang moest hij naar Holland varen, en ze hadden daar lang achter gezeten. Ja, die vader zat daar ook achter om dat weg te doen. Ja en hij was zes uur tijds weg, zes uur tijds met de kar naar Holland. En de vader deed de oven aandoen en daar smeten ze het in om te verbranden. En het lag kreeg in de oven te verbranden in het vuur en toen was hij daar. En ze hebben hem met vijf man moeten tegenhouden of hij sprong na het vuur in. En daarna was dat weg.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een Hollandse boer in Winterslag werkte een knecht die over bijzondere krachten beschikte omdat hij een toverboekje en een halsband bezat. Zo kon de knecht bijvoorbeeld in een mum van tijd honderd karren mest op het veld uitstrooien. Hij bemestte dan een stukje van het veld en las vervolgens iets voor uit het boekje, waarna het hele veld was bemest. Toen de knecht op een dag voor zes uur naar Holland werd gestuurd, stak de boer de oven aan om de halsband van de jongeman te verbranden. Zodra de halsband vuur vatte, stond de knecht bij de oven om zijn band te redden. Met vijf mensen heeft men de knecht moeten tegenhouden. Zodra alles was opgebrand, was de knecht verlost.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
c
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Hollands   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
Plaats van Handelen
Winterslag   
