Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FBECK0108_0109_120 - Kind behekst door zijn tante

Een sage (mondeling), 1947

Hoofdtekst

Mijn zusterke was behekst, en weet ge wie dat was, dat was een van de familie, Mijnheer, een tante, kunt eens denken, en die had het kind de vlek op zijn oog gezet. Dat was me iets, het kind verging gelijk zout in een pot. We waren al enige keren bij de 'doktoor' geweest en die zei: 'Ik kan er niets aan doen, ge zult andere middelen moeten zoeken.' - 'Andere middelen!' zei ik. - 'Ja, ja, verstaat ge me niet?' - 'Moet ik dan gaan beewegen', vroeg ik. 'Dat kan er wel bij zijn, maar eerst gaat ge naar de 'Monnebruurs.' Die 'overleesden' het kind en toen zeiden ze dat we een 'requiem' onder de deur moesten steken en negen weken lang moesten we een doek op zijn oog leggen. 'Nu kan de heks het kind niets meer doen, maar er zal een vrouw komen en die zal vragen om het oog te zien, maar die moet ge ervan af houden. En negen dagen moet ge bidden, eerst negen paternosters, dan acht en zo elke dag ene minder. Als het gedaan is, is het genezen. Nu moogt ge de doek niet afdoen , anders is er niets meer aan te doen' zeiden ze. En die tante kwam af: 'Finneke, laat me uw oogske eens zien, waarom moet ge die doek nog dragen als het genezen is?' 'Omdat ik de dag niet kan verdragen', zei 't kind. 's Anderendaags was ze weer daar, maar ik riep: 'Foert!' en toen wou ze het kind vastpakken, maar ik nam mijn hand en daar kreeg ze een patat dat ze draaide.' Ik vergeet het nooit meer, we waren juist graan aan 't schoonmaken. En ik moest daarvoor op 't stadhuis komen, maar ik zette daar alles uiteen en toen was het goed.Die heks, hé, die had ook 't kind van haar zoon behekst, en toen trokken ze het oorkussen open en daar stak een krans in, ze woonden niet ver van ons en ik heb het gezien. Die was gevlochten van alle kleuren van garen en daar was garen bij waar ik nog lang naar gezocht had. Dat kind kon niet gaan en op een kussenke kroop het rond en zo kwam het tot thuis, dat was niet wijd. Alle nachten 'green' het van elf tot twaalf afgrijselijk of ze het met spelden staken. De vader nam het kind en hij ging naar de scheper van Nieuwenhoven. Die nam een boek en daar 'leesde' hij in en toen zei hij: 'Uw kind is van de kwade hand geraakt, en die komt elke dag bij u, jaag ze uit.' - 'Begot, daar komen er zoveel' zei de man. De scheper kon de heks daar doen komen maar dat mocht hij niet en hij zei: 'Weet ge wat, verbrandt die krans dan staat ze nevens u.' De man zette een riek gereed maar zijn vrouw twijfelde aan de moeder en ze had schrik dat er ongelukken zouden gebeuren en toen heeft ze de krans maken te pakken te krijgen en ze heeft hem in een zijkpoel geworpen.

Onderwerp

SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.    SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.   

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een meisje was behekst door haar tante, die haar het boze oog had gegeven. De dokter kon het meisje met geen enkel medicijn helpen en raadde de familie aan om naar de Monnebruurs te gaan. Deze paters hebben het kind overlezen . Daarna gaven ze de ouders het advies om een requiem onder de dorpel te leggen en om het oog van het kind negen weken lang met een doek te bedekken. De paters voegden eraan toe: "Nu kan de heks het kind geen kwaad meer doen. Er zal echter een vrouw langskomen, die zal vragen om het oog te zien, maar dat mogen jullie haar niet toestaan. Negen dagen lang moeten jullie bidden: de eerste dag negen paternosters, de tweede dag acht, en zo elke dag één minder. Wanneer de negen dagen voorbij zijn, zal het kind genzen zijn." Na de paters bedankt te hebben, ging de familie met het meisje naar huis. Toen ze thuis waren, kwam de tante op bezoek en vroeg: "Finneke, laat me je oog eens zien. Waarom moet je die doek nog dragen als het toch genezen is?", waarop het meisje antwoordde: "Ik kan het daglicht nog niet verdragen." De volgende dag kwam de tante weer langs, maar de zus van het meisje gaf haar een klap in het gezicht en stuurde haar weg.
De heks die het meisje het boze oog had gegeven, had ook haar eigen zoon behekst. Toen men zijn kussen had opengemaakt, vond men daar een krans van gekleurd garen in. Het zoontje kon niet stappen en kroop altijd maar op een kussentje rond. Elke nacht huilde het jongetje van elf uur tot middernacht, net alsof het met spelden geprikt werd. Uiteindelijk nam de vader de jongen mee naar de pastoor van Nieuwenhoven. De pastoor heeft het kind overlezen en zei: "Uw kind is door de kwade hand geraakt. Het kwaad komt elke dag bij u. Jaag het weg!" De man wist niet wie de pastoor bedoelde, want er kwamen dagelijks zoveel mensen bij hem langs. Daarop zei de pastoor: "Verbrand die krans, en dan zal de heks onmiddellijk naast je staan." De man zette een riek klaar om de heks ervan langs te geven. Zijn vrouw zei dat ze bang was dat er ongelukken zouden gebeuren; ze nam de krans weg en gooide die in een nabijgelegen beerput.

Bron

F. Beckers, Leuven, 1947

Commentaar

2.1 Heksen
zuid-limburgs
memoraat

Naam Overig in Tekst

Finneke    Finneke   

Monnebruurs (Sint-Truiden)    Monnebruurs (Sint-Truiden)   

Naam Locatie in Tekst

Sint-Truiden    Sint-Truiden   

Plaats van Handelen

Nieuwenhoven    Nieuwenhoven