Hoofdtekst
10 S’ -En in de smidse ginder boven waar dat ik daar “puut”, op die vrouw hé, ‘t is een heks zeiden ze, dat was daarmee dat ik daar ging blazen, dat was zo, dat ze daar op kapten dat ik, dat het een heks was allez, een heks hé, en ik ging daarop hé de heks blussen, “puuut”.I -En hoe heette die heks?11 -Maar eigenlijk vroeger hoorde ik altijd ...I -Hoe heette die vrouw?10 -Mathilde, Mathilde uit de smidse, Mathilde zo noemde zeI -En haar achternaam weet ge dat nog?II -Maar de smidse dat was daar beneden, toch?10 -Ja, bij Frans.II -Maar ‘t was boven ...11 -Ja, boven was er ook een smidse10 -Ja, ‘t was bij die bovenste, ‘t was ginder ook voor naar de mis te gaan.II -Ah, ik heb altijd ‘t meest geweten de smidse beneden waar dat hij de paarden besloeg.10 -Ja.11 -Ja, daar zal ze wel eerder uitgescheid zijn dan bij Frans hé.II -En thuns (dan) ginder dienen (dat) atelier.11 -Ja, wel ginder was de smidse. II -Hij heeft daar een atelier gehad hé.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een man hakte naar een kikker die in een smidse zat, omdat hij geloofde dat die kikker een heks was.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
10S'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leeuwergem   
