Hoofdtekst
Ene van Rutten had zijn ziel aan ter duvel verkoch(t). Hij leefde lang in weelderij totdat de tijd doa was. Tcha, toen was het tijd, en voor de duvel te teregen namter een man(d) met iet van een tien kilo koolzaad (= ongeveer) - zo zwatte korrelkes allemaal, zje weet wel, hein! - en hij gooide ze in enen hoop haogedjôan-mjotseme (= mutserds van hagedoorns), en de duvel moes(t) de heel (= alle) böllekes doa uitzoeken; dat kooster (= kon hij) nie, hein!, en toen waster gevangen, de duvel!
Beschrijving
Een man uit Rutten had zijn ziel verkocht aan de duivel. Toen zijn tijd om was, besloot de man de duivel beet te nemen. Hij gooide tien kilo koolzaad over een hoop mutsaarden van hagedoorns. De duivel kreeg de opdracht om alle bolletjes koolzaad er weer uit te halen. Omdat de duivel daar niet in slaagde, was de man verlost.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren en omstreken)
R109
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
Rutten   
