Hoofdtekst
’t Wos daar ne kafé up den hoek, niet verre van oezens en we gingen daar dikwijls. Up nen avond wos min broere wok mee en den dien had ol soldaat geweest. ’t Wos nog voor den oorlog 1914-’18. En aan de stove zat er daar olsan een dik vrouwmens. Ommettekeer ze begoste te roepen: "Ze zijn daar, ze zijn daar." We hoorden wider een groot geruchte up ’t dak en heel den hoek van ’t dak wos weg, maar al de pannen stonden schone in een reke langs het huus, ge koste ze bi klaren dage zo schone in reke niet zetten. En da vrouwmens begoste ton te lachen. Den baas wos nogal ne koleiregaard (woestaard), je koste dat niet meer verdragen, en je ging ’s navens bachten de deure gaan staan met zine tweeloop, iedere keer dat dat vrouwmens riep: "Ze zijn daar". De ene keer buuste de deure, den andere keer waren de steens van ’t hennekot weggeslegen, maar de baas koste nooit schieten, je wos olsan te late. Up ne keer hèd ie er twee gezien ’n grote en ’n kleine die over ’t huus sprongen. En de baas tenden olle krachten, ging met zine maat naar Ieper, naar de paterkes. En je moste olle dage, negen dagen lang, een gebedeke lezen, en de negenste dag ging dat vrouwmens doodgaan. En me ziele, de negenste dag is ze doodgegaan en heel de kamer stond vol krusen; ‘t wos zie die dat ollemaal gedaan hadde, en dadde es zo waar of da’k hier bi de stove zitte.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man ging vóór de eerste wereldoorlog op een avond samen met zijn broer naar een café. Bij de kachel zat altijd een dikke vrouw, die riep: "Ze zijn daar, ze zijn daar!" Daarna hoorde men lawaai op het dak en zag men dat een hoek van het dak verdwenen was. De dakpannen stonden mooi op een rij naast het huis. Daarna begon die vrouw te lachen.
Toen de cafébaas het spelletje beu werd, ging hij 's avonds met zijn tweeloop bij de deur staan. Wanneer de vrouw had geroepen: "Ze zijn daar", verdween nu eens de deur, dan weer de stenen van het kippenhok. De cafébaas kreeg echter nooit de kans om te schieten. Op een dag had de cafébaas een grote en een kleine gedaante over zijn huis zien springen.
Uiteindelijk ging de cafébaas te rade bij de paters van Ieper. De man moest negen dagen lang iedere dag een gebed bidden. Op de negende dag zou die vrouw sterven. Wat de paters voorspelden, kwam uit. Op de negende dag was de vrouw dood en stond het huis vol kruisen.
Toen de cafébaas het spelletje beu werd, ging hij 's avonds met zijn tweeloop bij de deur staan. Wanneer de vrouw had geroepen: "Ze zijn daar", verdween nu eens de deur, dan weer de stenen van het kippenhok. De cafébaas kreeg echter nooit de kans om te schieten. Op een dag had de cafébaas een grote en een kleine gedaante over zijn huis zien springen.
Uiteindelijk ging de cafébaas te rade bij de paters van Ieper. De man moest negen dagen lang iedere dag een gebed bidden. Op de negende dag zou die vrouw sterven. Wat de paters voorspelden, kwam uit. Op de negende dag was de vrouw dood en stond het huis vol kruisen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
227
Vóór WOI
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Ieper   
Ieper (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Ieper   
