Hoofdtekst
Meisje betoverd.Dat is waar gebeurd hier over een goeie 60 jaar. Er waren vrouwen die de naam van tovers hadden. Mijn zuster ging eens mee één mee. Als ze thuis kwam had ze precies ne schrik opgedaan. ’s Nachts werd ze omhoog gesmeten in haar bed. Daar was ’t kwaad aan. Mijn moeder deed beroep op ne pater Augustijn van Gent. We woonden in een klein huizeken. Vanachter was er ne konijnenstal aan. Als hij in huis gedaan had, zei de pater dat hij in die stal ook moest zijn. Als hij binnenkwam, lagen ons konijnen ook dood. Dat was toverij. Ja, en als hij aan de grens van Mespelaere kwam, geraakte hij eerst nie over. Hij heeft daar gelezen dat ’t zweet hem afliep.
Beschrijving
Een meisje dat in het gezelschap van een toveres had vertoefd, kwam bang naar huis. ’s Nachts werd het meisje in haar bed omhooggegooid. De moeder van het meisje liet een Augustijnerpater van Gent komen. De geestelijke moest bidden tot hij bezweet was vooraleer hij de grens van Mespelare kon oversteken. Daarna overlas hij de boerderij en de stal. Toen hij uit de stal kwam, lagen alle konijnen daar dood.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
223
Omstreeks 1900
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Augustijnen (Gent)   
Gent (paters van)   
paters (Augustijnen)   
Naam Locatie in Tekst
Mespelare   
Plaats van Handelen
Gent   
