Hoofdtekst
A A: Ja, wij hadden in de geburen een oude dame, en die zat altijd in 't gat van de deur. En daar zeiden wij de heks tegen. En die maakte altijd kruiskes, en daar hadden wij zone schrik van. Ik: En waar was dat? A: In Hombeek, waar ik woonde als ik klein was. Ik: Weet ge de naam van die heks? A: Nee. Die maakte de kinderen bang. Dan deed die ne sjaal op hare kop en dan deed die zo vanalles met haar handen. Want wij dierven er bijkans* niet voorbijgaan, dan moest ons moeder eerst gaan zien of dat de heks niet buiten stond. ..... (ze vertelt hoe bang ze wel waren) Ik: Het verhaal van Jo van de Groentemarkt, zegt dat u iets? A: Nee, ik weet ook zoveel niet meer, ik ben 94 jaar zenne. Ik: Men vertelde ook dat men vroeger de pastoor ging halen als er zoiets was van toverij. A: Ja, mijn moeder hoorde zoiets wel eens. Ze ging lijken, mensen afleggen die dood waren en zieken verzorgen en ook soms de kindjes mee op de wereld helpen. En ze gaan wassen, en dan mocht ik soms mee. Ik: Was ze dan vroedvrouw? A: Nee, niet echt, dat was geen domme hoor, ze had dat geleerd van te doen.
Beschrijving
In Hombeek woonde een oude vrouw die altijd in de deuropening van haar huis zat en kruistekens maakte. De kinderen waren erg bang voor die vrouw.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
antwerps (mechelen en omstreken)
14A
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
Plaats van Handelen
Hombeek   
