Hoofdtekst
Zo was daar eens een knecht, die bij een boer werkte. 's Nachts ging hij rond hetzelfde uur de buiten in. Dan kroop hij in een holle eikenboom en als hij eruit kwam, dan was hij een grote, zwarte hond. Op een keer deden ze hem ver weggaan met de kar, zodat hij op dat uur niet thuis kon zijn. Toen haalden ze een vel uit die eik en ze hebben het opgestookt. Die knecht heeft iets gekregen en is gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Bij een boer werkte een knecht die elke nacht omstreeks dezelfde tijd naar buiten sloop. Hij kroop in een holle eikenboom om er even later in de gedaante van een grote zwarte hond weer uit te komen. Op een dag zond men de knecht ver weg, zodat men ondertussen zijn dierenvel kon verbranden. Kort daarna is de knecht gestorven.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
t
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
