Hoofdtekst
De auwelkes zaten hier in Bree in de auwelekalders. Die kwamen dan voor de mensen werken, zegden ze, als ze eten kregen. Op 'ne nacht waren ze ergens in het bakkes aan 't werk, en de boerenknechts wouwen dat eens afkijken. Ze loerden door het sleutelgat, en toen zegt een van die auwelkes: 'Snuit die kaars daar eens uit.' En ze bliezen, en ze bliezen hem een oog uit.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
De alvermannetjes woonden in kelders in Bree. 's Nachts kwamen ze in ruil voor voedsel het werk van de mensen doen. Toen de alvermannetjes op een nacht door een boerenknecht werden bespied, sprak één van hen: "Snuit die kaars daar eens uit!". Daarop blies één van de dwergjes de knecht een oog uit.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Bree   
