Hoofdtekst
Op een boerenhof hielden ze ne knecht. Alle avonds werkte den boer een beetje op zijn getouwen, en altijd kruipte er een kat door een gat van de deur. Ze zat altijd naar hem te kijken. “Als ze morgen nog ne keer waar komt”, dacht hij, “geef ik ze ne klop op haar kop.” Ze komt were. Hij zet hem achter zijn getouwen en geeft ze ne klop. Ze was weg.’s Anderendaags ziet hij de knecht met zijn gezichte in stuk geslagen. “Ah, ‘k ben van den deuten (in bezwijming) gevallen”, zegt hij.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Op een boerderij had een boer de gewoonte om ’s avonds wat aan zijn weefgetouw te werken. Telkens wanneer hij daar zat, kroop er een kat door een gat van de deur. Op een avond sloeg de boer naar de kat, die vervolgens wegliep. De volgende dag stelde de boer vast dat één van zijn knechten een slag tegen zijn gezicht had gekregen. “Ik ben flauwgevallen”, zei de knecht.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
326
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nukerke   
