Hoofdtekst
As ze vroeger vlaai gebakken hadden, dan gingen ze één of een ha(l)f of en stuk dragen noa 'n zuster of noa 'n ander familielid. Dat was dan dek (= dikwijls) 's avonds en ze gingen met e pjaad (= paard) en dan namen ze e kind met, wa op het pjaad zat. Dat was ook zo eens, en ze kwamen door de Kuitstraat - dat is zo een smerige baan - en doa zat ene wolef boven op de grach(t) en die zei dat het pjaad nie zo hel (= vlug) moes(t) in de modder tre(d)en, dat de modder allemaal op hem vloog.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Enkele mensen gingen 's avonds met een paard een stuk taart naar een familielid brengen. In de Kuitstraat zat een wolf naast de gracht, die sprak: "Laat dat paard niet zo snel stappen, want de modder vliegt allemaal tegen mij".
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
367
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ketsingen   
Plaats van Handelen
Kuitstraat   
