Zoek in de Collectie
- Naam Locatie in Tekst: Ketsingen (verwijderen)
Zoekresultaten beperken
Itemtype
- Volksverhaal (22)
Trefwoorden
- heks (6)
- eten (4)
- kind (4)
- weerwolf (4)
- bang (3)
- kat (3)
- pastoor (3)
- bedreiging (2)
- boodschap (2)
- bos (2)
- dood (2)
- dwaallichtje (2)
- slagboom (2)
- spookdier (2)
- spreken (2)
- stelen (2)
- verdwalen (2)
- vuurman (2)
- zwart (2)
- zwarte kat (2)
- aanraken (1)
- aanvallen (1)
- achterstevoren (1)
- afbranden (1)
- appel (1)
- bedevaart (1)
- bedriegen (1)
- been (1)
- behekst (1)
- bekennen (1)
- belofte (1)
- beslagen (1)
- bewaken (1)
- bewaren (1)
- bijten (1)
- bisschop (1)
- blazen (1)
- bodem (1)
- boeten (1)
- bokkenrijders (1)
- bonen (1)
- bonensoep (1)
- boter (1)
- brand (1)
- brug (1)
- dansen (1)
- deur (1)
- dief (1)
- dieren (1)
- dieven (1)
Maker / Verteller
- Armand M. (12)
- Pol S. (8)
- Mevrouw Armand M. (1)
- Mevrouw P. S. (1)
Taal
- Limburgs (22)
Type bron
- mondeling (22)
Decennium_group
- 1960 (22)
Verzamelaar
- M. Dreezen (22)
Plaats
- Tongeren (2)
Provincie(NL)/Gewest(BE)
- Vlaams Gewest (2)
Plaats van Handelen
- Ketsingen (4)
- Tongeren (4)
- Berg (2)
- Bloir (2)
- Bilzersteenweg (1)
- Bril (veld in Berg) (1)
- Kuitstraat (1)
- Maastricht (1)
- Noeneldere (1)
- Poel (de) (Ketsingen) (1)
- Wellen (1)
Naam Overig in Tekst
- Beresnuitje (1)
- Bril (veld in Berg) (1)
- Gulden Bodem (Ketsingen) (1)
- Jan (1)
- Mieke (1)
22 resultaten voor ""
- Voeger zag men in de grachten vaak lichtjes met een dik kopje. Men vertelde dat het de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
- Een vrouw die 's ochtends te voet naar de mis ging, raakte verdwaald. Ze kwam terecht in een weide waar ze niet meer uit geraakte.
- Op de slagboom in de beemd zat een zwarte kat die zei: "Kom maar niet langs hier, want anders zal je huis afgebrand zijn vooraleer je thuis bent."
- De bokkenrijders uit Wellen gingen overal stelen. Omdat de rovers hun paarden achterstevoren besloegen, wist men nooit waar ze naartoe waren gereden.
- Soms gebeurde het dat er een vuurbol uit de lucht viel en over Gulden Bodem kwam afgerold. Hoewel er geen brand uitbrak, waren de mensen dan toch bang.
- Bij Noeneldere liep een weerwolf rond met kettingen om zijn nek. Diezelfde weerwolf werd ook soms gezien op de Bilzersteenweg. Toen men het dier met een stok had achternagezeten, kwam het niet meer…
- Een man werd tussen Bloir en Tongeren aangevallen door een weerwolf. Omdat de man de weerwolf niet kon overmeesteren, liep hij weg.
- Bij de familie D. in Bloir braken de dieren altijd uit. Op ochtend ontdekte men dat de beste stier dood was. In de buurt woonde een heks.
- Mieke had een koe verkocht voor tweehonderdvijftig frank. Op een nacht waren enkele dieven het geld komen stelen. Daarop bond Jan, Miekes echtgenoot, de deur op zijn rug en ging samen met zijn vrouw…
- Beresnuitje uit Ketsingen kon toveren en spoken.
- Een kind uit Ketsingen had van een heks een appel gekregen. Toen het kind de vrucht opat, stikte het bijna omdat er een stukje van de appel in zijn keel was blijven steken. Even later moest het kind…
- Enkele mensen gingen 's avonds met een paard een stuk taart naar een familielid brengen. In de Kuitstraat zat een wolf naast de gracht, die sprak: "Laat dat paard niet zo snel stappen, want de modder…
- In de Bril in Berg brandden altijd dwaallichtjes die de mensen angst inboezemden. Men geloofde immers dat de vuurman in het bos huisde.
- Een meisje was 's avonds stiekem gaan dansen. Omdat ze al te laat was, vreesde het meisje dat haar moeder erg boos zou zijn. Een jongen vroeg het meisje of hij met haar mocht meegaan. Aanvankelijk…
- Bij de brug aan de Poel zat vaak een weerwolf.
- Een vrouw die langs een pad door de weide wandelde, zag op een slagboom een kat zitten. Op dat ogenblik kon de vrouw geen voet meer verzetten.
- In het veld in Berg zaten 's avonds vaak zwarte katten in het graan. Omstreeks elf uur begonnen de dieren te schreeuwen, zodat haast niemand er nog durfde te komen.
- Een man zag in de lucht een vuurman of een vallende ster. Volgens het volksgeloof was dat een voorteken voor de oorlog. Kort daarna brak de eerste wereldoorlog uit.
- In Tongeren woonde een kind dat muizen kon maken. De pastoor heeft het kind dan opnieuw gedoopt en in een instelling geplaatst. Kinderen die muizen konden maken, hadden iets met een heks te maken.
- In Tongeren woonde een heks die de kinderen vol luizen zette en haren in het eten strooide.
- Een heks zorgde ervoor dat men op een hoeve in Tongeren geen boter meer kon maken. Pas nadat de pastoor de hoeve met wijwater had besprenkeld, was het probleem opgelost.
- De pastoor van Ketsingen had een varken geslacht en wist niet wat hij met al het spek moest doen. "We zullen het spek in een kuip op de zolder zetten", zei de koster. Een tijdje later ging de…