Hoofdtekst
’t Waren daar twee knechten bezig mee mes te brein op nen boer zijn veld. En dienen enen knecht zei tegen dienen anderen dat ie zou een beetse gerust hên, dat ie naar Parijs ne keer gingt, naar de koornmart kijken.En as ’t ie weerkwam, ie zei:“Gij den ouen en ik de mijnen.”En mee ene keer was g’heel da veld mes opengeworpen.Da es ook waar gebeurd zille.
Beschrijving
Twee knechten waren het veld van een boer aan het bemesten. Plots sprak de ene knecht tot de andere: "Ik ga wat rusten. Ik ga eens naar de korenmarkt in Parijs kijken". Toen de knecht terug was, zei hij: "Jij de jouwe en ik de mijne". Het volgende ogenblik was het hele veld bemest.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
227
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
Plaats van Handelen
Parijs   
