Hoofdtekst
dô zên keinger di een roeude vlek op hun oeugen hadde; en dovuir ging ze no speciôle manne; en di duiden oech bidde en dan ging da beter; di duiden oeg e krös môken ouver d’oeg mêd oer linker hân; en dan Isten dag moes ge 3 pôternosters bidde, iene vuir de vôder, iene vuir de zoun en iene vuir den hêligen giest; den 2den dag moes g’er nog 2 bidde, vuir de zoon en vuir den hêligen giest; den 3den dag moest g’er mor iene nemie bidde, vuir den hêligen giest.
Beschrijving
Wanneer een kind een rode vlek op het oog had, ging men naar een gebedsgenezer. Zo'n genezer deed de patiënt met zijn linkerhand een kruisteken maken over het zieke oog. Op de eerste dag moest de patiënt drie paternosters bidden; één voor de Vader, één voor de Zoon en één voor de Heilige Geest. Op de tweede dag moest de patiënt twee paternosters bidden; één voor de Zoon en één voor de Heilige Geest. Op de derde dag moest men alleen nog bidden voor de Heilige Geest.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
572
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Geest   
Zoon   
Vader   
Naam Locatie in Tekst
Kerkom   
