Hoofdtekst
Pendelaar geneest zieke man.Ne pendeleer daar geloof ik aan. D'r was ne persoon en die zaat stijf in zijne stoel en die kost daar nie uit. "Die persoon," zegt hem tegen de schoondochter, "is bediend. Maar z'hemmen hem nog nie." En hij gaat er mee zijne pendel over en hij heet hem helemaal van binnen gezuiverd. "Helemaal genezen kan ik hem nie," zeet hem en hij stuurt hem naar den andere. "Kom vriend," zegt die en die begint er op te douwen mee zijn duimen, zo se. En dan begint hem op zijn kont te troeven dat hem er van schreeuwt. "En komt nauw maar recht," zei ie, "neie, nikske doen," zei ie, "hij zal zelf wel rechtkommen." En hij was genezen.
Beschrijving
Een zieke man die stokstijf in zijn stoel zat en er niet meer uit geraakte, had de laatste sacramenten al gekregen. Een pendelaar zuiverde de man vanbinnen en duwde met zijn duimen op diens lichaam. Daarna was de zieke genezen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
390
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lillo   
