Hoofdtekst
Het was twalef uren, die man ze(g)t - 'ich kan dien hoek nog gemakkelijk afkrijgen, ich gon nie thuis zo wijd, hein.' He was aan 't zichten en he sloeg en doa kwam ineens een kat voorbij en die kègde (= riep) 'Miauw', hein, en toen ze(g)t ze nog: 'De hoefs nie te jagen of nie te drieven (ge hoeft niet... De zuls het vandaag toch nie afkriegen' ge zult... )en die man begint hem op 't lange leste te sjangernière (= ergeren) en he sloeg de kat en toen waren doa een mas (= massa) katten en he he(ef)t moeten thuislopen. Aste (= als ge) een zqatte kat zies moeste (= moet ge) oppassen, zaagte ze (zegden ze) vroeger alted, wor!
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
SINSAG 0604 - Die vermehrten Katzen
  
Beschrijving
Een boer die bijna klaar was met maaien, besloot nog even door te werken vooraleer hij naar huis ging. Plots verscheen er een zwarte kat, die zei: "Je hoeft je niet te haasten, want je zal het vandaag toch niet afkrijgen!" Daarop sloeg de boer geërgerd naar de kat. Het volgende ogenblik zag hij echter een massa katten op het veld, zodat hij niet meer verder kon werken en noodgedwongen naar huis ging.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
299
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
