Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0832_0835_32369

Een sage (mondeling), 1998-07-1 1998-07-1 (foutieve datum)

Hoofdtekst

(Wij vroegen of onze informant misschien iets afwist van de diefstal van de hosties. Hij vertelde het volgende :37 A -Dat er in het jaar 1908, in het jaar weet ik niet, en wat is er allemaal gestolen, ik weet het ook niet. Een Ciborie is er is er zeker gestolen omdat ze die hosties nietwaar die hosties hebben ze uitgegoten hé.II -Ja, en waar was dat dan dat ze dat uitgegoten hebben?37 -Hier wat lager af.II -Langs hier, langs die kant toch hé?37 -Ja, ja, hier het baantje af en achter ‘t eind de platen hier, het is maar enigste stappen.II -Omdat gij gezegd ôt (had) dat het langs de overkant was, Lea.27 -Dat dat kapelletje Ten Bloed stond. 37 -Ah, dat kapelletje dat is daar ginder hé, dat is de baan op ...27 -Dat is ginder.II -Ah, maar daar is dat niet gebeurd?I -En kent ge dat verhaal?37 -Wablieft?I -En kunt ge dat vertellen van die dieven die dat gestolen ôn (hadden)?37 -Ik zeg meer weet ik niet of dat ze allemaal gestolen ôn (hadden), weet ik niet hé.I -En wat was er van die hosties, kunt ge dat vertellen?37 -Ah, die hosties hebben ze daar uitgegoten in de ten-gels, netels heet dat hé, hier vanvoor in de mes (weide) uitgegoten en dat waren kinderen al spelen, waar dat het in de tijd de mode was, dat was goed weer en al en ze liepen hier in de mes (weide) en hier overal rond allez, en die kinders hebben dat daar gevonden en ze hebben de pastoor weesten verwittigen en de pastoor is er naartoe getrokken en hij heeft natuurlijk die hosties allemaal opgeraapt en later hebben ze thuns (dan) laten we zeggen een steen gezet, een arduinen steen met een kruis zo erop, maar dat kruis is ook al (onverstaanbaar), want d’er lopen koeien zo op, nu lopen er geen koeien het is een paard die (dat) erop loopt op die mes (weide), maar die koeien gaan daar tegen wrijven en al, vroeger was er daar een omheinig rond, maar dat was opgeroest hé en nu ge weet hoe dat is die koeien gaan er een keer tegen wrijven en daarmee is dat daaraf gegaan (de kleur van de letters?) de gemeente kijkt er niet naar, dat ligt daar. Ik zeg, meer weet ik niet, maar dat ge bij de pastoor een keer geraakt hé. Ik stel voor, ik meen dat hé, de gemeente, de kerk heeft toch een geschiedenis hé en dat ge kunt peinzen dat dat allemaal te boek staat in welk jaar dat die kerk hier gezet is en door wie, daar is een hele beschrijving af, zodus, waar dat ik af weet is dat het in de kerk gebrand heeft en dat is in ‘t jaar, ik moet peinzen, het was ‘49 of ‘50, met een onweer en twee donderslagen en dat was op het kapelletje en dat was g’helegans in gruis en thuns(dan) de leidingen van de electric(elektriciteit), de leidingen van de kerk en g’heel de leidingen in de kerk is uitgebrand.II -En dat kapelletje, is dat het kapelletje Ten Bloed?37 -Daar ja, hebt ge dat al gezien?II -Waar dat de bliksem op geslagen is? 37 -Ja.II -Maar dat hebben ze weer hersteld toen?37 -Ja. En dat was daar was een leiding in, gij hebt dat ook nog gekend in de tijd, dat waren de eerste leidingen van het jaar dat de electric(elektriciteit) kwam, dat waren zinken buizen gepekt hé en ‘t was daarmee dat dat allemaal uitgebrand is hé, wel, zo meer weet ik daar niet af hé en het is daarmee dat ik peins, van die diefstal ook, dat zal allemaal te boek staan hé. Wat dat er gepakt is, nietwaar de datum en al dat zal allemaal op de ding staan hé, dat het allemaal ingeschreven te boek is hé.II -Was dat een week-end, de zaterdag of de zondag dat ze dat gepakt ôn (hadden?37 -Dat weet ik niet.I -Maar gij had gezegd dat er daar niets meer groeide hé, waar dat dat uitgesmeten was?27 -Ja, dat heeft toch een tijd geweest dat er daar niets meer wilde groeien.37 -Waar? Van die hosties?27 -Ja.37 -Bah dat.27 -Ah ik heb dat van Georges zijn moeder in de tijd nog horen zeggen.I -En hoe heet die Georges?II -Dat is haar man, dat is haar man.I -Ah.27 -Dat is mijn man zijn moeder hé.37 -Wel Lea, zij kon dat nog weten, want die mes (weide) hier beneden ...27 -Ja, ôn (hadden) zij hé.37 - ... gebruikten zij dat, voor boerderij. Zij was zoveel ouder, zij kon daarvan weten hé.27 -Ja, ze was zoveel ouder hé.37 -Ja, want van welk jaar was ze?27 -Van 1903 peins ik.37 -Wel zo in 1908, was ze vier, vijf jaar, zo kon ze er toch wel al iets van weten hé.II -En er groeide daar niets en zij pachtten die mes (weide)?27 -Ja, ja.37 -Maar het is daarmee dat ik zeg dat er een beschrijving van heel de kerk van wat dat er allemaal gebeurd is hé.II -En hoe heette Georges zijn moeder?27 -Alice.37 -Alice De Roover.II -Is dat familie van Roger zijn vader (Albert De Roover, informant 16) thuns (dan)?27 -Ah ja, ja ‘t was er een kozijn van, hé, van Bertje Roover.37 -Ah ja, ja.27 -Raphaël vraagt : “Is dat daar familie van?”, ‘t is er een kozijn van.37 -Albert en Alice waren nicht en kozijn hé, hun vaders waren broers hé.27 -Ja.

Beschrijving

In 1908 werden in Grotenberge de hosties uit de kerk gestolen. De dieven hadden de hosties ergens in een weide gegooid. Spelende kinderen die de hosties vonden, verwittigden de pastoor, die alle hosties kwam oprapen. Op de plaats waar de hosties hadden gelegen, heeft nooit nog iets gegroeid.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

5. Sagen - Legenden
oost-vlaams (groot-zottegem)
37A
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Godveerdegem    Godveerdegem   

Plaats van Handelen

Grotenberge    Grotenberge