Hoofdtekst
X: Mijn grootvader was nog een jong manneke. Hij ging eens in de geburen bij een oud vrouwke langs. Daarvan zeiden ze dat dat een heks was. Die heeft hem toen bij zijn schouder gepakt en ze zei: 'Ah manneke!' Toen hij terug thuiskwam, was zijne hele schouder dik. Zijn pa zei toen: 'Hét ze oech aangeroakt (heeft ze u aangeraakt)?' Toen zei hij: 'Ja'. Toen is zijn vader naar die vrouw gegaan met zijne riek in zijn hand. Hij heeft toen gezegd: 'Als ge mijne zoon niet rap geneest, dan steek ik u op mijne riek.' 'Het is goed', zei toen dat vrouwke en toen was de schouder van mijn grootvader genezen. Dat vrouwke was de grootmoeder van Vieke Ballen.Y: En dat verhaal gelooft gij echt? X: Ja, dat geloof ik wel omdat mijn grootvader dat vaak heeft verteld.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongetje had een gezwollen schouder gekregen nadat een heks hem had aangeraakt. De vader van de jongen ging met een mestvork naar de heks en zei: "Als je mijn zoon niet snel geneest, dan steek ik je op mijn mestvork!" "Het is al goed", sprak de heks toen. Daarna is het jongetje genezen.
Bron
E. Droogmans, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (heusden-zolder)
13.3
Kindertijd van de grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zonhoven   
