Hoofdtekst
De knecht van Ramaekers dat was ne weerwolf, dat wisten ze. Die zijne band wisten ze steken. Ze deden hem naar Diest gaan. De pastoor was gekomen en toen die goed gleunig was, gooide ze den band in het vuur. Maar de knecht was terug en die sprong tegen den oven op. Toen die band verbrand was, toen bedankte hij de pastoor.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Toen men ontdekt had dat de knecht van R. een weerwolf was, zond men de jongen naar Diest. Vervolgens kwam de pastoor naar de boerderij om de halsband van de weerwolf in het vuur te gooien. Op dat ogenblik stond de knecht al bij de oven om zijn halsband te redden. Zodra de band was opgebrand, bedankte de knecht de pastoor voor zijn hulp.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tussen hasselt en beringen)
552
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zolder   
Plaats van Handelen
Diest   
