Hoofdtekst
Wardje Ryckeboer, e boertje van Pollinkhove, de wêwe leeft nog en de joengens. Charlotte Verlende wos e heel ziek vromens die weunde in Elzendamme, zo èn oede gierige. Die joengen sliep dor voor compagnie. Enne wos toen tien, twolf jor oed. Ze kwamen binnen mor ze wisten niet dat dat mannige dor wos. Enn’ed hij butengelopen ol schreeuwen en ze zijn zieder toen up de vlucht geslegen. Sliepen ze zieder dor niet met tween? Tink me van ja.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een oude gierige weduwe uit Elzendamme, kreeg vaak gezelschap van een jongen van tien of twaalf jaar uit Pollinkhove. Op zekere nacht pleegden rovers een inbraak in het huis van de weduwe. De rovers wisten echter niet dat dat jongetje daar logeerde. De jongen liep snel naar buiten en begon te schreeuwen, waardoor de rovers op de vlucht sloegen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
222C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Ward Ryckeboer
Charlotte Verlende
Charlotte Verlende
Naam Locatie in Tekst
Bikschote   
Plaats van Handelen
Pollinkhove   
Elzendamme   
