Hoofdtekst
X: Of op boerhoven, dat er daar iets gebeurde?A: Ik weet niet dat er daar iets gebeurd is. Ik, voor mij, had mijn man moeten leven, hij wist daar al meer van dan ik hé, maar ik. Ik kan daar niet veel van zeggen.X: Ja, ja, maar ik hoor dikwijls dat ze geen boter konden maken of zo’n dingen.A: O ja, weet je waarom dat ze geen boter konden maken? Dat ’t vuilaards waren en, en dat ’t daardoor was dat de boter slecht was …. Vuile mensen.X: Ja, maar ze staken dat toen alzo op iemand?A: En ze staken dat toen dat ze zeien: "Die, dat vrouwmens is voorzeker een toveres en ze komt in huis en ’t is daardoor dat we ’t gehad hebben." Zie je’t, alzo. Wel je, dat ze zeien: "Oh, we kunnen geen boter meer maken en ’t wil niet meer gaan." En als ’t uitkwam, ’t was omdat ze niet genoeg kuisten né, dat ’t vuil was. Maar ze staken ’t op een toveres toen hé. Dat vrouwmens was gekomen en ja maar, ze had wel rondgezeten en al en rondgekeken en ja en ze waren benauwd ervan.
Beschrijving
Als men op een boerderij geen boter meer kon maken, verdacht men er vaak een vrouw van de boter te hebben betoverd. In werkelijkheid was het ongeluk te wijten aan een gebrek aan hygiëne.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
5
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
