Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Meyles09 - Klein Duimpje

Een sprookje (almanak), 1991

Hoofdtekst

Klein Duimpje

Er waren eens een vader en een moeder, die zeven kinderen hadden. Veel mensen vonden dit een beetje gek, want twee was het normale aantal en alleen doktoren en andere rijkelui die oppas konden betalen namen er wel eens eentje extra. Zelf deden ze er nogal luchtig over: de kinderbijslag kende geen maximum, met stapelbedden kun je heel wat ruimte winnen en al die helpende handen spaarden een afwasautomaat uit.
Moeilijker werd het toen moeder een baan kon krijgen. Vader wilde best zijn steentje bijdragen door op zaterdag wat boodschappen te doen, maar op de kinderen passen zat er niet in: het bedrijfsleven is nu eenmaal niet erg toeschietelijk als het om korter werken gaat.
Wekenlang zaten ze 's avonds te overleggen hoe ze uit dit probleem moesten komen. De meest voor de hand liggende oplossing was natuurlijk een aantal kinderen weg te doen, maar de manier waarop bleek niet zo eenvoudig en het was tegen hun principes om de een voor te trekken boven de ander.
"Misschien moeten we ze allemaal gewoon maar ergens in het bos achterlaten", zei vader, denkend aan de hond. "Wat een afschuwelijke gedachte", zuchtte moeder, maar omdat ze niets beters kon bedenken, stemde ze er ten slotte mee in.
"We gaan dit jaar naar de Veluwe op vakantie", zei vader de volgende ochtend. "Daar is veel bos, dus dan kunnen we volop verstoppertje spelen."
Alle kinderen juichten, behalve de jongste, die meestal Klein Duimpje genoemd werd. Hij wist precies wat er gebeuren ging, want 's avonds lag hij altijd nog lang wakker en gipsplaat is echt niet geschikt als geluidsisolatie. Met behulp van zijn rijke fantasie, waaraan hij zijn bijnaam te danken had, had hij inmiddels een plannetje bedacht om zichzelf, zijn broers en zijn zusters te redden. "Mag ik mijn lego meenemen voor als het regent?" vroeg hij.
"De auto zal wel weer hartstikke vol zitten", antwoordde vader, "dus veel speelgoed kan er niet mee. Iedereen krijgt een schoenendoos, net als vorig jaar. Daar mag je in stoppen wat je het liefst wilt meenemen. En verder krijgen jullie allemaal een stripboek voor onderweg, want ik wil geen gezeur aan mijn kop als ik rijd."
De vakantie begon veelbelovend; ruzies waren er nauwelijks en het regende niet de hele tijd. Maar toen de kinderen op de vierde dag ontdekten dat ze door hun ouders in de steek gelaten waren, begonnen ze luid te huilen. Gelukkig wist Klein Duimpje ze gerust te stellen. Hij legde uit waarom hij in de auto per se bij het raampje had willen zitten en hoe hij bij ieder kruispunt een legosteentje naar buiten gegooid had.
Het kon niet moeilijk zijn de weg terug te vinden.
Het werd een stevige wandeling, maar de tocht verliep zonder veel problemen. Alleen bij verkeersplein Oudenrijn kostte het wat moeite de juiste weg te vinden, omdat vader daar op de heenreis een paar keer verkeerd gereden had.
Uitgeput maar blij kwamen ze bij het ouderlijk huis terug.
Vader en moeder waren in een betere stemming dan ze verwacht hadden: een paar liter wijn had wonderen gedaan.
"Hallo jongus, komderin", lalde vader. "Lllusten jullie ook wat Illimonade?"
"Dit jaar gaan we naar het Zwarte Woud", zei vader, die niet nog eens halve maatregelen wilde nemen.
"Mag ik mijn lego meenemen?" vroeg Klein Duimpje, die voor zijn laatste verjaardag niets anders gevraagd had. "Geen speelgoed mee deze keer", besliste vader. "De auto was vorig jaar al overladen en nu moeten we ook nog de bergen in. Maar het is een heerlijk bos om hutten in te bouwen, dus niemand zal zich vervelen. En onderweg krijgt iedereen een zak popcorn, want ik wil geen gezeur aun mijn kop als ik rijd."
Het Zwarte Woud was zo donker dat het de ouders weinig moeite kostte zich ongemerkt uit de voeten te maken. Maar de kinderen joeg het des te meer angst aan. "Hoe komen we hier ooit weer uit?" jammerden ze.
Opnieuw was het Klein Duimpje die raad wist. Hij vertelde hoe hij bij ieder kruispunt wat popcorn uit het raampje geworpen had en dat de weg terug weliswaar langer zou zijn, maar niet moeilijker te vinden.
Dit bleek echter tegen te vallen. Meeuwen zijn vogels die met hun tijd meegaan; broodkorsten laten ze rustig liggen nu er zoveel andere heerlijkheden langs de weg te vinden zijn.
Geen brokje popcorn was er meer te zien. Het speet Klein Duimpje dat hij niet stiekem wat lego-steentjes in zijn broekzakken had meegesmokkeld.
"We moeten maar gewoon op pad gaan," stelde hij voor, "en zien waar we uitkomen. Hier zullen we zeker van honger sterven."
Na een paar uur lopen stuitten ze op een hoge muur.
"Die hebben we op de heenweg niet gezien," zei een van de broers, "dus zijn we de verkeerde kant opgegaan."
Het was al bijna donker en de kinderen hadden hun laatste snoepgoed intussen al lang op. "Als jij eens op Alexanders schouders gaat staan," zei Klein Duimpje tegen hem, "en ik weer bovenop de jouwe, misschien kan ik dan over de rand kijken."
Helaas zag hij maar een lichtpuntje en dat was zo te zien nog een flink eind lopen. Maar veel keus hadden ze niet, want bivakkeren in dit duistere bos was wel het laatste wat ze wilden. Met veel moeite trokken ze elkaar omhoog (er moesten zelfs een paar jassen aan elkaar geknoopt worden) en lieten ze zich aan de andere kant weer zakken. Snel gingen ze op weg in de richting vanwaar ze het licht hadden zien schijnen.
"Als dit maar niet het land van de Verschrikkelijke Reus is, waarover vader en moeder zulke enge verhalen verteld hebben", bibberde een van de meisjes. "Die reus die mensen achterna zit op zijn zevenmijlslaarzen en ze dan opeet."
"Dat is van later zorg", zei Klein Duimpje. "We moeten nu eerst onderdak zien te vinden."
Het schijnsel bleek afkomstig te zijn uit een somber, enigszins vervallen huis dat eenzaam op een kale vlakte stond. Een grote, ruigbehaarde man deed open. De kinderen vertelden het verhaal van hun dwaaltocht en vroegen of ze de nacht in zijn huis mochten
doorbrengen.
"Met alle plezier," sprak de man, "kom binnen."
"U eh... bent toch niet eh... De Reus?" vroeg Klein Duimpje voor de zekerheid. "Daar hebben we namelijk niet zulke gezellige verhalen over gehoord en hij moet hier wel ergens huizen."
"De reus?" vroeg hun gastheer verbaasd. "Ik weet van geen reus af en ik kan het weten, want behalve mij woont er niemand in deze streek."
"Hoe heet het hier?" wilde Klein Dulmpje weten. "Rusland", zei de man.
"Niet... Reusland dus?" vroeg een van de anderen, die een paar grote laarzen onder de kapstok zag staan.
"Nee hoor", was het antwoord. "Die taalbarriere zorgt nogal eens voor misverstanden. Dit is Rusland en ik ben de Rus."
"Wat staat daar onder uw kapstok?"
"Mijn laarzen", antwoordde de Rus verbaasd. "Hoezo?" "Zevenmijlslaarzen?"
De Rus begon te lachen.
"Ja, dat schijnen ze aan de andere kant van de muur te geloven. Allemaal onzin. Propaganda van de regering om indruk te maken in het buitenland. Nee, die dingen lopen niet eens lekker. Ze zijn zo stug, dat ik er telkens weer blaren van krijg. Ik heb net iets aangeschaft wat veel beter bevalt."
Hij liep naar zijn slaapkamer en kwam terug met een paar sportschoenen in zijn handen. "Kijk," zei hij, "Westers fabrikaat. Sinds kort hier te krijgen. En snel dat ze zijn!"
De kennismaking beviel iedereen zo goed dat de kinderen nog verscheidene dagen bleven. Ze leerden nieuwe spelletjes, aten gerechten waar ze nog nooit van gehoord hadden en luisterden ademloos naar de verhalen die de Rus bij het open-haardvuur vertelde.
Aangesterkt en uitgerust begonnen ze aan de lange reis naar huis. De Rus bracht ze in zijn auto tot aan de muur. In de verte was een dof gebonk en gedreun te horen.
"Eindelijk!" zei hij tegen de kinderen. "Ze zijn begonnen met de sloop. Dat zal een eind maken aan heel wat sprookjes over en weer."
Klein Duimpje bedankte hem nog eens voor alle genoten gastvrijheid. Hartelijk namen ze afscheid, waarna de Rus hen met behulp van een stevig touw naar de andere kant hielp.
Hoe dichter ze hun huis naderden, des te fermer werd hun tred. Hun ouders zouden heel wat uit te leggen hebben.
Klein Duimpje begreep nu van wie hij die levendige fantasie had. Al die verhalen over Reusland! Allemaal uit grote mensenduimen gezogen! En dan die zogenaamde vakanties ieder jaar.
Met z'n allen vielen ze de achterdeur binnen. Vader en moeder schrokken zich natuurlijk wezenloos, maar ze probeerden zich groot te houden.
"Komt dat even mooi uit!" riep vader. 'We wilden het net over de vakantie van volgend jaar gaan hebben. Wat zouden jullie zeggen van een wildsafari in Kenia? Of misschien is een voettocht door de jungle van het Amazonegebied wel eens leuk."
"Aan die plannetjes werken we niet meer mee", zei Klein Duimpje resoluut. "Bovendien is het helemaal niet meer nodig om ons uit de weg te ruimen. We kunnen uitstekend op onszelf passen, dat hebben we nu wel bewezen, dacht ik.
En wat die vakantie van volgend jaar betreft, die is allang
geregeld. We zijn uitgenodigd door iemand die graag
eens kennis met jullie wil maken."
Om beurten vertelden de kinderen een stukje van hun verhaal.
"Maar hoe moet dat dan allemaal?" wierp vader zwakjes
tegen. "De auto was deze keer al overladen en volgend jaar zijn jullie allemaal weer een stukje groter."
"Die relaxfauteuils kunnen wel thuis blijven," antwoordde Klein Duimpje, "en de kampeerwasautomaat en de koelbox en de draagbare tv ook. Volgend jaar krijgen jullie allebei een boodschappendoos. Je hebt nog bijna een jaar de tijd om te bedenken wat je daar in wilt stoppen."

Onderwerp

ATU 0700 - Thumbling    ATU 0700 - Thumbling   

Beschrijving

Een vader en moeder hebben zeven kinderen. Moeder kan een baan krijgen, maar dit betekent dat de kinderen 'weggedaan' moeten worden. De ouders besluiten ze op de Veluwe achter te laten. Klein Duimpje, het jongste kind, heeft het plannetje echter gehoord en strooit lego uit het raam tijdens de autorit, zodat alle kinderen weer heelhuids thuiskomen. Er wordt nu een vakantie naar het Zwarte Woud gepland. Klein Duimpje gooit popcorn uit het raam, maar deze is door dieren opgegeten en de kinderen kunnen dus niet terug naar huis. Ze komen bij een Rus uit, die hen vertelt dat de Verschrikkelijke Reus en de Zevenmijlslaarzen verzinsels zijn van het westen. De Rus brengt ze tot aan de Muur, die gesloopt wordt, en de kinderen komen thuis. De ouders willen safari's en voettochten voor vakantie, maar Klein Duimpje stelt vast dat de kinderen voor zichzelf kunnen zorgen. Ze kunnen het volgende jaar, met hun ouders, naar Rusland op vakantie.

Bron

W. Meyles: De Pitbull en de Zeven Geitjes. Groningen 1991, p. 57-62

Commentaar

1991
Na de Tweede Wereldoorlog werd in Berlijn een muur gezet die Oost van West scheidde. Deze werd ook wel het Yzeren Gordijn genoemd. In November 1989 werd met de afbraak van de Muur begonnen en liep de Koude Oorlog ten einde.
Tom Thumb

Naam Overig in Tekst

Klein Duimpje    Klein Duimpje   

Alexander    Alexander   

Verschrikkelijke Reus    Verschrikkelijke Reus   

Reusland    Reusland   

Zevenmijlslaarzen    Zevenmijlslaarzen   

Naam Locatie in Tekst

Veluwe    Veluwe   

Zwarte Woud    Zwarte Woud   

Rusland    Rusland   

Rus    Rus   

de Muur    de Muur   

Kenia    Kenia   

Amazonegebied    Amazonegebied   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22