Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI1115_1118_32502

Een sage (mondeling), dinsdag 19 januari 1999

Hoofdtekst

M -Ja, en mijn moeder ôt (had) haar dat gegeven en kind begon achteruit te krabben en dat wierd ziek en deed een hele nacht niet anders als schreien en kermen. En de negende dag stierf het eraf.I -Dat is omdat ze iet ôt (had) van u ...M -Dat is echt gebeurd ze (hoor) dat, hetgeen dat ik u daar zeg is echt gebeurd, ja. En thuns heb ik mijn vader ook altijd horen zeggen, in hun tijd ene, nog voor mij, ons Madeleine, wel de die was hetzelfde, ze ôn (waren) d’er ook mee naar Gent geweest en euh ...I -En ‘t ôt (had) niet uitgedaan?M -En ‘t ôt (had) niet uitgedaan, dat is eigenlijk waar dat ik van klap, ah nee, mijn vader was met een gebuur met nog een gebuur op ‘t land, op de Kerrekouter, noemen ze dat land.I -En van waar zijt gij eigenlijk, hier in Zottegem?M -Van Herzele.I -Ah ja, Herzele.M -Ja, ik ben van Herzele, maar ik ben hier nu in Zottegem hé, in ‘t rusthuis, omdat ik gevallen ôt (was) hé en ik blijf hier voorgoed, maar ik was van Herzele tegen Zottegem. En mijn vader en nog een mens kapten op de de kouter, in ‘t veld en zijn hawielken (houweeltje), ik weet niet of dat ge dat kent, dat is zo een stok hout met een kapperken (hakje) aan I -Ah ja, zo een soort zeis om het gras mee af te doen?M -Ja, en dat noemt een hawielken.I -Een hawielken.M -Ja, en als mijn vader, ja, mijn vader zegt “kom” tegen die mens, we gaan hier in ‘t gebuurte achter een glas bier. En mijn vader ôt (had) zijn hawielken daar laten liggen omdat hij toch niet lang weg en was en als hij weerkwam, was dat hawielken weg, dat was gepakt. Is er daar iemand?I -Nee, ‘t was de verpleegster die voorbijkwam.M -Ah, was dat hawielken weg en dat is officieel waar hé, hetgeen dat ik u nu zeg, ja, ‘t is van geen ander en mijn moeder zei : “Pas op dat ge niet binnenbrengt zulle!” en mijn vader ôt (was) dat vergeten en de negende, de tiende dag zegt hij tegen moeder ‘t hawielken is hier weer en datzelfde hawielken ôt g’heel de dracht van mijn moeder weggeweest, verdwenen hé, en de die ôt (had) dat hawielken gepakt, dat was ook een heks.I -En ze ôt (had) dat betoverd?M -En ze ôt (had) dat betoverd.I -En thuns (dan) teruggegeven?M -En thuns (dan) is ze gekomen dezelfde dag dat dat kindje geboren is en dat was zo over een muurtje, over een muurtje geworpen en mijn vader ôt (had) dat binnegebrachten ‘t is beginnen schreien en ‘t heeft geschreid en geschreid negen dagen aan een stuk en thuns (dan) is het opgehouden.I -Maar het is niet dood gegaan?M -Tôt,tôt (toch, toch), ze hebben er moeten mee naar Gent gaan bij de paters.I -En is dat kindje thuns (dan) gestorven?M -Dat is erdoor gekomen.I -Ah, oef!M -Maar ze is toch niet meer mogen binnenkomen ze (hoor).I -Nee. En stak ge zo niets onder uw dorpel zo dat ...M -Ja, ja, en boven ons deur.I -En wat deed ge dan boven uw deur?M -Ah ze konden niet meer binnen, ze konden niet meer binnen.I -Ja, en wat was dat dat ge daar thuns (dan) stak?M -Een kruisje, een klopper dus, of een nageltje, een nageltje dat ge in de steen klopt hé en ge stak dat vanboven aan uw deur, een kruis, een kruisje.I -En ge maakte dat in kruisvorm?M -Nee, ge pakte vier kruisjes, ge sloeg hier één, ge sloeg daar één, en ge sloeg daar nog één, zo dat was een kruis hé, vier nageltjes en azo stak ge dat, sloeg ge dat boven uw deur, ‘t zit er nog boven.I -Ja, en thuns (dan) kon dat kwaad niet meer binnen? M -En zo zag mijn vader alle dagen datzelfde vrouwmens bij ons passeren en ze kwam niet meer binnen en ze zeggen als ze binnenkomt in de gang, laat ze staan, ge moogt niet zeggen : “Zet u”, maar ze is toch niet meer binnen gekomen. Dat is echt gebeurd ze (hoor) bij ons thuis.I -Ja, en dat was een heks?M -Dat was een heks.I -En weet ge nog hoe dat die heette die heks?M -Wat dat?I -Wat was haar naam van die heks?M -Jamaar ja. (wil hierop liever niet antwoorden, lacht onwennig)M -Wel wat is het dat ge nog moet weten?I -Wel, hebt ge nooit zo gehoord van een zwarte hond die de mensen achtervolgde en zo.M -Ja, dat weet ik niet hé, ik weet juist goed, ‘t geen dat gebeurd is (onverstaanbaar), ge moogt opschrijven dat dat waar is. Want die kraaie, van die duivel ginderI -Als gij kind waart?M -Ja, maar van mij niet hé, bij mij thuis en die gebeurd is bij mijn zuster die nu al dood is, waar dat ze veel mee gebeden heeft. En ook bij mijn vader die er bij een mens geweest heeft, bij een pater, onder de zwarte mantel zeggen ze. ‘t Is er niet van gestorven, maar het heeft er wreed veel van afgezien, ja en en veel miserie mee gehad, maar anders kan ik u geen verdere (uitleg geven).I -En die paters gaven die iet aan dat kindje thuns (dan)?M -Hoe wilt ge zeggen?I -Gaven ze een stukje brood of zoiets aan dat kindje dat dat weer zou ...M -Bah neen, hé, wel ik zeg u hé, wij maakten bij mijn moeder was dat met dat hawielken, ze brachten dat hawielken weer, wel en zo is de toverij binnengeraakt hé met dat hawielken, maar ôt (was) mijn vader aan dat hawielken niet gegaan, ze konden zij dat niet doen en dat laten liggen hé tot als de negen dagen uit waren. En mijn vader ôt (was) dat vergeten.I -Ah ja, en hij ôt (had) dat gepakt en dat kindje was nog geen negen dagen oud?M -Ah nee, de dag dat het geboren was, ôt (had) hij dat binnengebracht en ôt (had) hij tegen mijn moeder gezegd: “Kijk, ik heb mijn hawielken weer.” “Oh, gi Bert!” zegt ze, hij heette Hubert, “Wat dat gij doet!” zegt ze,ja. En het begon hij te schreien en ‘t begon hij te schreien en ‘t hield niet meer op. En ze zijn er thuns (dan) mee naar Gent geweest.I -Dat is eigenaardig hé.M -En zo is het hij begonnen, maar anders, mijn kind, kan ik u niet veel ...I -En weet ge nog iets van spoken of andere dingen?M -Nee, ik, mijn kind, want ik wil dat niet doen, ik hou mij daar niet veel mee bezig met daarover te klappen, want ik ben daar thuns (dan) mee bezig.I -In uw hoofd, ja, dan denkt ge daar teveel op.M -En ge maakt u daar schou in hé, ‘t is daarvoor dat ik niet veel, maar dat is nu goed, ik heb dat nu willen doen omdat ze dat ginder vroegen, ja, dat dat zo gekomen is, maar anders. Wat was het nog dat ge moest weten?I -En weet ge nog zo plaatsen hier in de buurt,in Zottegem, waar dat het zou gespookt hebben of zo?M -Nee, ik mens.I -Waar dat de mensen zeiden : “Oh, daar durf ik niet voorbijgaan ‘s nachts.”M -Ja, ja, ja. Maar dat was in onze straat hetgeen dat ik u daar zeg. In de straat waar dat wij woonden en ...(onverstaanbaar) dat de die eigenlijk woonde. Maar ik wil ze niet noemen want er zijn er nog altijd opvolgers af, kleine jongens, ik wil ze niet noemen, zij is dood al is het vandaag heilige dins, maandag. Ja, zij is dood en ik wil ze niet noemen d’er zijn d’er nog altijd thuns kleine kinders af, die de naam ervan dragen. Ge moet altijd zien wat dat ge zegt hé.I -Ja, dat is waar, maar ik zeg dat aan niemand niet ze (hoor), ‘t is gewoon, ik schrijf dat op zo, ‘t is voor ‘t school hé.M -Ah ja.I -En ‘t is alleen mijn professor die dat leest en verder niemand en dan verdwijnt dat tussen alle boeken in Leuven en zo, dus, daar leest niemand dat dan nog, het is gewoon voor mijn eindwerk. En weet ge nog zo heksen, wanneer deden die dat zo, was dat ‘s nachts of wanneer deden ze dat zo?

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een boer was samen met een vriend op het veld aan het werk. Toen de twee mannen ergens een glas bier gingen drinken, vergat de boer zijn bijltje mee te nemen. Bij zijn terugkeer, was het bijltje verdwenen. De boer ging naar huis en vertelde het voorval aan zijn zwangere vrouw. Tijdens de hele zwangerschap van de vrouw bleef het bijltje onzichtbaar. Op de dag dat het kindje geboren werd, gooide een vrouw het bijltje in de tuin van de boer. Daarna begon het kindje te huilen. Negen dagen later hield het kindje op met huilen nadat men bij de paters van Gent te rade was geweest. Een toveres had dat bijltje betoverd. De mensen staken een kruisje boven hun deur, waardoor de toveres niet meer binnen kwam. Toen ze toch een keer uitdrukkelijk naar binnen werd gevraagd, weigerde ze.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
M4
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Gent    paters van Gent   

Gent (paters van)    Gent (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Herzele    Herzele   

Plaats van Handelen

Gent    Gent