Hoofdtekst
Dat was nog in Piringen, in die beemden, daar waren ze aan 't maaien en daar was ene die zei: 'Ik ga mijn broek eens afdoen' maar die gast bleef wel een uur achter en ze gingen kijken en toen zagen ze hem in een wei en daar was hij een veulen aan 't opeten. En toen hij terugkwam, maaide hij zo rap dat niemand hem kon volgen en ze reklameerden en ene zei: 'Dat zou ik geloven dat gij zo kunt maaien, ge hebt een veulen in uw pens.' Toen pakte hij zijn getuig en hij gooide het weg, zo kwaad was hij, en toen trok hij op en ze hebben hem nooit meer gezien. Zo een weerwolf moet veel kunnen eten, want die moet elke nacht veel dorpen aflopen.
Onderwerp
SINSAG 0803 - Werwolf verschlingt Tiere.   
Beschrijving
In een veld in Piringen waren enkele mannen aan het maaien. Eén van de mannen kondigde aan dat hij even achter een boom ging zitten omdat hij een boodschap moest doen. Toen de man na een uur nog steeds niet was teruggekeerd, gingen de anderen naar hem op zoek. Wat verderop zagen ze hoe de man in een weide een veulen opat. Toen de man terugkwam naar het veld, maaide hij zo snel dat één van de anderen zei: "Als je een heel veulen hebt opgegeten, is het wel logisch dat je zo snel kan maaien." De man was razend omdat ze hem hadden gezien. Hij vertrok en keerde nooit meer terug.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.6 Weerwolven
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Jesseren   
Plaats van Handelen
Piringen   
