Hoofdtekst
In Lauw in Dalemeule, was de baas gestoreven; en die kwam terug as hond. Hij zat dan in de hoek wei (= zoals) den aa boas (= oude baas), met de pijp in de mond. Ze wilden hem uitzagen, mè ze konden hem nie uitkrijgen. Twee paters kwamen hem verbannen. Tegen ene zei de hond 'zje he(b)t een mik gestolen, wei (= toen) zje noa de klas ging.' Mè den andere die he(ef)t hem verbannen in de kolek. Die pater he(ef)t toen ook een kapel laten bouwen.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
SINSAG 0334 - Spuktier vom Priester gebannt.
  
Beschrijving
De gestorven molenaar van de Dalemolen in Lauw kwam spoken in de gedaante van een hond. De hond zat dan in de hoek met een pijp in zijn muil. Velen hadden al geprobeerd om de hond uit de molen te jagen, maar dat lukte niet. Een pater die de hond wilde verbannen, kreeg te horen: "Jij hebt een wit brood gestolen toen je nog naar school ging!" Een andere pater slaagde er wel in om de hond naar de kolk te verbannen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
R47
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Dalemolen (Lauw)   
Lauw-molen   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
Lauw   
